Eeuwenlang was het Elspeterbos voor een fors deel eigendom van de parochie en de pastoor. Na de Reformatie kregen de kerk en de dominee een flinke vinger in de pap. Zij wisten zelfs de verkoop van het woud aan het Koninklijk Huis te voorkomen.

Het is een van de aardige details in het rijk geïllustreerde en gedocumenteerde boek ”Het Elspeterbos – verleden, heden en toekomst van een oud malenbos” dat afgelopen maand is verschenen. „Het recht op bos was volstrekt uniek in Nederland”, zegt Peter Veen, fysisch geograaf en een van de auteurs van het boek. „Elspeet en zijn woud zijn met elkaar vergroeid. Dividend van aandeelhouders werd uitgekeerd in bomen.”

Malenbos
De geschiedenis van het Elspeterbos gaat terug tot ongeveer 1100, als de Sint-Paulusabdij in Utrecht de parochie van Elspeet sticht. Het woud krijgt de status van een malenbos, wat betekent dat de zogeheten malen of maalmannen ieder hun rechten hebben op een deel van het geboomte. Veen: „Er waren zeven boerderijen met rechten in het Elspeterbos. Het maalschap werd waarschijnlijk opgericht om de belangen van de boeren te behartigen en bovendien de inkomsten voor de kerk en de pastoor veilig te stellen. Op basis van gegevens uit het rekeningenboek van de kerk uit de zeventiende eeuw konden we berekenen dat het inkomen van de predikant voor zo’n 25 procent bestond uit inkomsten uit het bos.”

Aan het maalschap komt in 1884 een einde als een naamloze vennootschap Elspeterbosch wordt opgericht. De overheid vaardigt in die tijd de zogeheten Markenwet uit. Daarin is de verdeling van gemeenschappelijke gronden over de rechthebbenden geregeld. Iedere maalman krijgt één of meerdere aandelen, afhankelijk van de rechten in het malenbos. In totaal gaat het om 54 aandelen, met elk een waarde van omgerekend ruim 37.000 euro. De diaconie van Elspeet heeft 3 aandelen, de pastorie niet minder dan 7,5.

Prins Hendrik
„De omzetting naar de nv in 1884 betekende dat Elspeet de greep op het bos verloor”, zegt Veen. „De meeste malenbossen op de Noord-Veluwe kwamen in het bezit van het Koninklijk Huis. De echtgenoot van koningin Wilhelmina, prins Hendrik, was een fervent jager en probeerde de bezittingen rondom Paleis Het Loo verder uit te breiden.”

In 1906 blijkt dat koningin Wilhelmina belangstelling heeft voor het Elspeterbos. De kerk van Elspeet, grootaandeelhouder van het bos, heeft geen trek om aan de wens van de vorstin tegemoet te komen. De dorpsgemeenschap van Elspeet is bang dat de vorstin een fors hekwerk om het bos zal laten plaatsen om de herten en zwijnen voor de jacht in het bos te houden. Het Elspeter woud is voor de dorpelingen een plek waar ze vanouds allerlei brandhout en bosvruchten mogen verzamelen.

„Uiteindelijk duurde het tot 1916 voordat het Elspeterbos werd verkocht”, zegt Veen. „Het bestuur besloot het woud te verkopen bij openbare inschrijving.”

Er zijn twee gegadigden: J. Korthals Altes biedt 202.000 gulden en de familie Van Beuningen 270.000 gulden. Het Elspeterbos komt op 2 januari 1917, dit jaar een eeuw geleden, in handen van zes broers Van Beuningen. In 1938 koopt George zijn vijf broers uit. Tot op de dag van vandaag genieten zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen van het in 1920 gebouwde Jachthuis aan de Apeldoornseweg en dragen zij zorg voor het eeuwenoude bos.

Bosopbouw
De auteurs concluderen op basis van het oude malenboek uit 1595 dat het bos in de zeventiende en de achttiende eeuw een zogeheten middenbos is. Daarin groeien oude eiken en beuken met in de onderlaag hakhout van eik en andere soorten.

Eek
Aan het einde van de achttiende eeuw is het eikenhakhout steeds belangrijker voor de oogst van eikenbast voor de leerlooierijen, ook wel eek genoemd. Eikenhakhout is een laag eikenbos, waarvan de stammetjes regelmatig –circa eens in de tien tot vijftien jaar– laag bij de grond worden afgezaagd of -gekapt. Het eikenhakhout, in het Elspeterbos hegge genoemd, ligt als aparte percelen in het bos.

Vanouds liggen er aan de randen van het bos heidevelden die gebruikt worden door de schapen en de bijen. Deze heidevelden gaan na 1900 geleidelijk over in naald- en loofbos. Vooral de grove den is een belangrijke soort. De verkoop van het hout uit het bos heeft tot aan de Tweede Wereldoorlog plaats door openbare verkopingen. Na de oorlog koopt de houthandel de stammen rechtstreeks op. Het eikenhakhout verliest zijn functie. Veel hakhout wordt ”doorplant” met naaldhout of de eiken groeien door tot volwassen bomen.

Oude boskernen
De auteurs vragen in hun boek aandacht voor het behoud van de oude boskernen. Dat zijn plekken waar bomen groeien die een wilde, autochtone oorsprong hebben. Het Elspeterbos heeft volgens hen de grootste oppervlakte oude boskernen. Ze pleiten voor verwijdering van zo veel mogelijk naaldbomen en conservatie van bestaande oude beukenbossen, zodat bomen zoals de eik weer de mogelijkheid krijgen terug te keren.

Jacht
Schoten jagers in het Elspeterbos na de Tweede Wereldoorlog vooral grofwild als herten en zwijnen, in de jaren 1900-1940 ging het met name om kleinwild als konijnen en hazen. Tot 1910 kregen jagers zelfs af en toe de tegenwoordig in Nederland zeer zeldzame korhoen in het vizier.

Flora en fauna
Het Elspeterbos is rijk aan flora en fauna. In de buurt van de Hogeweg ligt een dassenburcht. De hertenstand is goed. Bovendien kent het bos twee populaties van het vliegend hert. Vogels als de appelvink, fluiter, boomklever en zwarte specht zijn veel geziene gasten in het bos. Ook de sperwer, havik en buizerd broeden er.

De blauwe bosbes komt veel voor in het Elspeterbos. In het woud zijn bij een steekproefsgewijze inventarisatie niet minder dan zeventien inheemse bramensoorten gevonden. De meeste bramensoorten houden van licht en groeien daarom vooral aan bosranden, houtwallen en wegbermen. Op die plekken is de bodem meestal ook voedzamer.

Malenbos
Het Elspeterbos is niet het enige malenbos in de gemeente Nunspeet. Ook het Vierhouterbos is een malenbos. Evenals het Meervelderbos, de Uddeler Heegde, het Ugchelsebos, het Loenensebos in de gemeente Apeldoorn, het Gortelsebos en het Vreebos in de gemeente Epe en het Sprielder- en Putterbos in de gemeente Putten.

Bron: Reformatorisch Dagblad

 

Comments are closed.